
Kindercoach Mindy: "Mijn kind zegt: 'Ik kan het niet', waarom hoe je reageert en wanneer veel uitmaakt"
Een meisje van zes stond aan de rand van het veld. Om haar heen renden kinderen achter een bal aan, lachten, vielen, stonden weer op. Zij deed een paar stappen mee. Probeerde het een keer. Maar stapte toen weer terug.
"Ik kan dit niet. Ik kan eigenlijk niks."
Haar ouders zagen het gebeuren. Die blik. Die schouders. Het moment waarop een kind zichzelf al heeft opgegeven voordat het echt begonnen is.
En dan sta je daar als ouder. Je ziet wat zij niet ziet, namelijk dat ze het best al aardig doet, dat ze nog maar net begonnen is, dat oefenen nu eenmaal tijd kost. Je wilt iets zeggen. Iets wat helpt. Maar de woorden komen niet, of ze landen niet.
"Ik kan het niet." Vier woorden die dwars door je heen kunnen gaan. Niet alleen omdat je je kind zo graag wilt helpen, maar ook omdat je weet dat deze gedachte groter is dan dit veld, deze middag, dit moment.
Hoe je reageert, en wanneer, maakt zo enorm veel verschil.
Wat speelt er écht?
Als een kind zegt "ik kan het niet", is dat zelden alleen maar een opmerking over voetballen. Het is een gedachte die het kind over zichzelf heeft. En gedachtes zijn krachtig, ze sturen gedrag, ze kleuren hoe een kind zichzelf ziet en hoe het de wereld ingaat.
Wat veel mensen niet weten, is dat het brein van een kind letterlijk meegaat in die gedachtes. Een negatieve overtuiging zoals: ik kan niks of ik ben niet goed genoeg, activeert een soort remfunctie in het brein. Het kind trekt zich terug, vermijdt of geeft op. Niet omdat het lui is of niet wil. Maar omdat het brein het signaal heeft gekregen: dit is gevaarlijk of dit gaat fout.
En dat brein is nog zo jong, zo kneedbaar. Wat een kind nu over zichzelf leert te denken, neemt het een heel stuk mee.

Wat zegt het gedrag van je kind?
Een kind dat zegt "ik kan het niet" en opgeeft, zegt eigenlijk:
· "Dit voelt te groot voor mij."
· "Ik ben bang om te falen."
· "Ik weet niet hoe ik verder moet."
Het is geen onwil. Het is onzekerheid. En onzekerheid heeft geen strenge correctie nodig, het heeft een zacht duwtje in de goede richting.
Waarom direct reageren vaak niet werkt
Vaak is de neiging groot om op dat moment iets te zeggen. "Natuurlijk kun jij dit!" of "Doe niet zo flauw, je hebt het nog maar net geprobeerd." Maar een kind dat midden in zijn frustratie zit, kan die woorden niet echt landen laten. Het brein is dan te druk met de emotie om ruimte te maken voor een nieuw inzicht.
Hiermee wil ik niet zeggen dat je niks moet doen maar dat je meer resultaat boekt wanneer je een later moment uitkiest.
Een belangrijke nuance
Dit betekent trouwens niet dat je je kind moet dwingen om positief te denken. Valse vrolijkheid helpt niet, kinderen prikken daar zo doorheen. Het gaat om echte, kleine verschuivingen in hoe ze naar zichzelf kijken. En dat kost tijd. Dat bouw je niet op in één gesprek.
Wat helpt in het moment
Op het moment zelf is er ruimte voor één ding: er zijn.
Ga naast je kind zitten. Zeg dat je het ziet. "Ik zie dat je het moeilijk vindt."
Meer hoeft dat niet te zijn. Geen oplossing, geen motivatiespeech. Gewoon aanwezig zijn terwijl je kind zijn gevoel mag hebben.
Wat helpt op de langere termijn
Later, als het rustig is, kun je het gesprek aangaan. En voer dat gesprek vanuit oprechte nieuwsgierigheid.
Vertel wat je zag, zonder oordeel. "Ik zag dat je stopte op het veld. Wat ging er toen door je hoofd?"
En dan komt het mooie stukje. Je kunt je kind iets vertellen over hoe zijn brein werkt. Op een simpele manier, passend bij de leeftijd natuurlijk. Dat het brein net als een spier is en hoe meer je oefent, hoe sterker het wordt. Dat "ik kan het niet" eigenlijk "ik kan het nog niet" betekent. Dat ene kleine woordje verandert alles. Het zegt als het ware dat er nog ruimte is. Er is nog groei mogelijk.
En dan kan je je kind vragen welke zin zou jou hebben geholpen op dat veld? Wat had je tegen jezelf kunnen zeggen? Of wanneer hij/zij het lastig vind om over zichzelf te praten kun je vragen wat ze tegen een vriend of vriendin zou zeggen.
Laat ze zelf iets bedenken. "Ik probeer het gewoon." "Het geeft niet als ik val." "Ik leer het nog." Die zinnen, in de woorden van je kind zelf zijn krachtiger dan alles wat jij had kunnen bedenken. Want het brein gelooft het sneller als het van binnenuit komt.
Oefen die zinnen samen. Schrijf ze op. Hang ze ergens op. Niet als verplichting, maar als herinnering. Herhaling is key en daar gaat het brein enorm goed op!
Reflectie voor jezelf als ouder
Want soms raakt "ik kan het niet" van je kind ook iets in jou. Misschien herken je die stem? Misschien heb jij hem ook wel eens van jezelf gehoord?
Wat zeg jij tegen jezelf als iets niet lukt? Het is altijd interessant om even bij jezelf te kijken, wat doet dit met mij? Waar komt dat gevoel vandaan?
Tot slot
"Ik kan het niet" is geen eindpunt. Het is een beginpunt voor een gesprek, voor een nieuw inzicht, voor een klein zaadje dat je plant in het brein van je kind.
Je hoeft dat niet perfect te doen. Je hoeft alleen maar nieuwsgierig te blijven. Naar je kind. En naar wat er onder die vier woorden zit.
Want daar begint de groei.
MINDY
Kind- en gezinscoach
https://www.ikbenikkindercoach.nl/
Instagram: ikbenik_kindercoach
Lees HIER meer blogs van Mindy

