
Frederique (31): "Ik eet nooit op vaste tijden met het gezin, we eten bij het eerste hongersignaal"
Over een jaar moet mijn dochter ineens eten wanneer school dat bepaalt, en daar zie ik nu al tegenop
Ik weet dat mijn manier van opvoeden niet standaard is, zeker niet als het om eten gaat. Bij ons thuis staat de lunch niet standaard om twaalf uur op tafel en ik zet mijn dochter Merel ook niet aan tafel omdat de klok zegt dat het tijd is. Wij eten wanneer er honger is. Dat is voor sommige mensen rommelig of veel te vrij. Merel groeit goed, eet met plezier en heeft nooit strijd aan tafel. Toch merk ik dat er langzaam een einde komt aan deze rustige manier van leven, want over een jaar wordt ze vier en dan begint school. En eerlijk gezegd zie ik daar nu al tegenop.
Het begon eigenlijk toen ze net geboren was
Toen Merel geboren werd, deed ik wat veel moeders doen. Ik voedde op verzoek. Niet volgens een strak schema, niet omdat er precies drie uur tussen moest zitten, maar omdat ik leerde kijken naar haar signalen. Als ze honger had, kreeg ze melk. Als ze sliep, liet ik haar slapen. Ik maakte haar nooit wakker voor een flesje. Ik hield geen lijstjes bij met vaste tijden en ik keek ook niet steeds op de klok. Natuurlijk wist ik ongeveer wanneer ze weer zou komen, maar Merel bepaalde uiteindelijk zelf wanneer ze wilde drinken. Dat voelde voor mij heel natuurlijk.
Ze groeide geweldig. Ze kwam goed aan, was tevreden en leek helemaal te varen op dat ritme van haar eigen lijf. Ik vond dat prachtig om te zien. Honger voelen, reageren, drinken en daarna weer tevreden zijn. Zo simpel kan het dus zijn, dacht ik toen vaak.
Ik begon anders naar eten te kijken
Door die eerste maanden ging ik zelf ook anders nadenken over eten. Waarom zouden wij als volwassenen eigenlijk zo streng vasthouden aan vaste tijden? Waarom moet je lunchen omdat het twaalf uur is, als je om half twaalf al honger hebt of pas om één uur trek krijgt? Natuurlijk snap ik dat schema’s handig zijn. Zeker als je werkt, meerdere kinderen hebt of op vaste tijden ergens moet zijn. Maar omdat ik thuis ben met Merel, merkte ik dat wij die vrijheid wel hadden. En ik vond het zonde om daar geen gebruik van te maken.
Dus toen Merel ouder werd en vaste voeding kreeg, bleef ik eigenlijk hetzelfde doen. Ik keek naar haar, naar haar gedrag en naar wat ze aangaf. Soms wilde ze vroeg fruit, soms pas later. Soms at ze een boterham rond elf uur en soms pas ruim half twee. Dat vond ik helemaal prima.
Bij ons thuis is eten geen klokmoment
Als mensen vragen hoe laat wij lunchen, weet ik vaak niet eens goed wat ik moet antwoorden. Het wisselt gewoon. Soms zitten we om half twaalf al aan tafel, soms pas om kwart over één. Niet omdat ik geen structuur heb, maar omdat ik niet geloof dat ieder lichaam elke dag op exact dezelfde tijd honger heeft.
Merel kan heel goed aangeven wanneer ze trek heeft. Dan komt ze naar me toe en zegt ze dat ze iets wil eten. Soms merk ik het al eerder, omdat ze sneller hangerig wordt of wat stiller rondloopt. Dan vraag ik of ze misschien honger heeft, en meestal klopt dat.
Dan maken we samen iets klaar. Fruit, een boterham, yoghurt of iets anders simpels. We eten rustig, zonder haast. Soms kletsen we tussendoor en soms zit ze gewoon tevreden te eten terwijl ik naast haar koffie drink.
Ik weet dat veel mensen dit vreemd vinden
Veel mensen vinden dit gek Sommige mensen vinden vaste tijden belangrijk. Ontbijt, lunch, avondeten, tussendoortjes, alles netjes op een rij. Ik veroordeel dat ook niet, want voor veel gezinnen werkt dat gewoon goed. Alleen past het niet bij ons. Ik vind het juist mooi dat Merel leert luisteren naar haar lijf. Dat ze niet eet omdat iemand zegt dat het moet, maar omdat ze voelt dat ze honger heeft. En dat ze ook mag stoppen als ze genoeg heeft gehad. Ik wil niet dat eten iets wordt waar druk op zit. Ik dwing het eten nooit. Nooit.
Als thuisblijfmoeder kan ik deze keuze maken
Ik besef heel goed dat ik hierin een luxe positie heb. Ik ben thuisblijfmoeder, dus ik hoef Merel niet om half acht af te leveren op de opvang met een broodtrommel volgens een bepaald schema. Onze dagen zijn flexibel. Dat maakt veel mogelijk.
Als Merel naar de opvang zou gaan, zou ik echt niet verwachten dat zij daar apart voor haar het ritme aanpassen. Dat kan natuurlijk niet. Een groep kinderen heeft vaste momenten nodig. Er moeten pauzes zijn, er moet overzicht zijn en leidsters kunnen niet bij ieder kind wachten tot het individuele hongersignaal verschijnt. Dat begrijp ik volledig.
Eten is bij ons ook een moment van contact
Wat ik fijn vind aan onze manier, is dat eten nooit haastig voelt. We gaan niet zitten omdat er nog tien minuten zijn voordat we weg moeten. We eten niet omdat het “nu eenmaal tijd is”. We nemen er gewoon de tijd voor. Merel praat veel tijdens het eten. Over haar poppen, over iets wat ze buiten heeft gezien, over een droom die ze had of over iets totaal willekeurigs. Ik vind dat heerlijk. Soms duurt een lunch daardoor best lang, maar dat stoort me niet. Ik zie het niet als verloren tijd. Ik zie het als samen zijn.

Ik wil geen strijd maken van eten
Ik hoor vaak verhalen van ouders die elke maaltijd een gevecht vinden. Nog drie happen. Eerst je bord leeg. Nee, je mag nog niet van tafel. Eten wat de pot schaft. Ik begrijp waar het vandaan komt, maar ik wil dat zelf niet. Natuurlijk zijn er bij ons ook grenzen. Merel krijgt niet de hele dag koekjes omdat ze daar toevallig zin in heeft. Ik bied gewoon normale dingen aan en ik let heus wel op wat ze binnenkrijgt. Maar ik wil geen strijd maken van honger, verzadiging en timing.
Toch komt school steeds dichterbij
En daar zit stress. Merel wordt over een jaar vier. Dan gaat ze naar school en dan verandert alles. Dan zijn er vaste eetmomenten, vaste pauzes en vaste tijden waarop ze haar trommel moet openmaken. Ik weet dat dit normaal is. Ik weet dat bijna alle kinderen daarin meegaan. Ik weet ook dat school niet anders kan, omdat er een hele klas tegelijk moet functioneren. Maar ik vind het eerlijk gezegd toch lastig. Omdat ik nu zie hoe goed Merel het doet met vrijheid. Hoe ontspannen ze eet. Hoe goed ze zelf voelt wanneer ze iets nodig heeft. En dan voelt het raar dat ze straks ineens moet eten omdat de schoolbel dat bepaalt.
Vooral de korte eetmomenten zitten me dwars
Wat ik echt lastig vind, is dat kinderen op school vaak zo weinig tijd hebben om te eten. Dan moeten ze in een korte pauze hun trommel leegmaken, terwijl er van alles om hen heen gebeurt. Pratende kinderen, een juf die oplet, haast om naar buiten te gaan en soms ook de druk dat je wel een beetje moet opschieten. Dat past totaal niet bij hoe wij het thuis doen. Merel eet rustig. Ze kijkt, praat, neemt een hap, stelt een vraag en gaat weer verder. Daar zit geen haast achter. Ik vind dat juist gezond en normaal.
Het idee dat ze straks misschien maar een paar minuten heeft en dan haar brood weer dicht moet klappen, vind ik niet prettig.
Ik weet dat ik me waarschijnlijk moet aanpassen
Ik wil geen thuisonderwijs geven. Daar ben ik heel eerlijk in. Ik geloof dat school haar ook veel gaat brengen. Vriendjes, leren, zelfstandigheid, een wereld buiten ons huis. Dat gun ik haar ook echt. Dus ik weet dat ik me ergens zal moeten schikken. Ik kan niet verwachten dat een school zich aanpast aan onze manier van eten. Dat zou niet realistisch zijn. Maar dat betekent niet dat ik het makkelijk vind.
Mensen zeggen vaak dat kinderen daar vanzelf aan wennen
Dat zal ook wel. Kinderen zijn flexibel. Merel zal waarschijnlijk gewoon meedoen, omdat andere kinderen het ook doen. Misschien vindt ze het zelfs leuk om haar broodtrommel te openen naast klasgenootjes. Maar wennen betekent niet automatisch dat iets beter is.
Ik denk niet dat kinderen altijd maar moeten leren om hun lichaamssignalen te negeren omdat een systeem handiger is. Soms is een systeem nodig, dat snap ik. Maar ik vind het wel jammer dat daar weinig ruimte in zit.
Voor nu probeer ik er nog niet te veel mee bezig te zijn
Ik heb nog een jaar. Dat zeg ik vaak tegen mezelf. Nog een jaar waarin onze dagen grotendeels van ons zijn. Nog een jaar waarin Merel kan eten wanneer haar lijf aangeeft dat ze eten nodig heeft. Daar probeer ik van te genieten. Ik vind het wel leuk dat we elke dag op een andere tijd eten.
Dit is niet hoe de wereld werkt
Dat besef ik steeds vaker. Thuis kun je dingen doen zoals jij denkt dat goed is. Je kunt vertragen, luisteren, aanpassen en kijken naar je kind. Maar buiten je huis gelden andere regels. Opvang, school, sportclubs en later werk. Overal zijn tijden, schema’s en verwachtingen. Dat is de maatschappij waarin we leven.
Ik weet dat Merel daarin moet leren meedraaien. Ik wil haar niet wereldvreemd maken. Maar ik wil ook niet dat ze alles wat natuurlijk voelt meteen moet afleren omdat het praktischer is voor een groep.
Ik geniet nog even van hoe het nu is
Dus voorlopig houd ik vast aan onze manier. Misschien verandert het straks vanzelf. Misschien gaan we thuis wat meer richting schoolritme bewegen. Misschien ook niet. Voor nu eten we wanneer we trek hebben. We nemen de tijd. We kletsen tussendoor. En zolang het nog kan, laat ik mijn dochter merken dat ze mag luisteren naar haar eigen lijf. Want over een jaar gaat de schoolbel voor haar bepalen wanneer het etenstijd is.
FREDERIQUE

