Suus: “De huisarts vroeg: ‘kunt u zwanger zijn?’, ‘Nee, die tijd hebben we gehad!’ Een uur later stond ons leven op compleet op zijn kop”

| ,

Ik was er zó van overtuigd: we waren compleet. Twee jongens, Twan van zes en Sven van drie. Druk, maar gezellig. Chaotisch, maar vol liefde. Mijn man en ik hadden het vaak over hoe fijn het was zo. Twee kids, een beetje uit de luiers, Twan zelfs al op school… Het voelde goed. Af. Klaar. En om het af te maken: de afspraak voor de vasectomie stond al. De maand erop zou het gebeuren. Geen halve maatregelen meer, geen verrassingen meer. Dachten we.

Een cyclus van 70 dagen? Tja, dat is bij mij bijna standaard

Ik heb PCOS. Mijn cyclus is allesbehalve normaal. Een cyclus van 70 dagen? Tja, dat is bij mij bijna standaard. Dus ik raak nooit echt in paniek als ik lang niet ongesteld word. Mijn lijf doet z’n eigen ding, altijd al gedaan. Maar toch… de afgelopen weken voelde ik me raar. Niet ik ben zwanger-raar, maar… anders. Ik kon het niet plaatsen.

Ik hing op de bank als een natte vaatdoek, wat was er aan de hand?

Toen werd ik ziek. Niet een beetje verkouden of wat verhoging, maar écht ziek. Alles kwam eruit. Niks bleef erin. Water, crackers, soep: alles kwam er binnen een kwartier weer uit. Na drie dagen gaf ik het op. Mijn man belde de huisartsenpost. “Ze houdt niks binnen, ze is slap, ze heeft koorts,” hoorde ik hem zeggen. Ik hing op de bank als een natte vaatdoek.

“Is er een kans dat u zwanger bent?”

In het kamertje van de huisartsenpost keek de arts me onderzoekend aan. Hij stelde wat standaardvragen en toen kwam ‘ie. “Is er een kans dat u zwanger bent?” Ik lachte. Echt hardop. “Nee joh. Die fase hebben we gehad. Afgerond hoofdstuk.” Hij bleef me aankijken. “Toch wil ik voor de zekerheid uw hCG laten testen. U sluit het uit, maar met een onregelmatige cyclus kunnen we niets zeker weten.” “Tuurlijk,” zei ik, lichtelijk geïrriteerd. “Doe maar.”

Gelukkig lag ik al, anders was ik echt onderuitgegaan

Een uur later stond hij weer voor me. Met een gezicht alsof hij net een gekleurde olifant had gezien. “Mevrouw… u bent toch zwanger.” Gelukkig lag ik al, anders was ik echt onderuitgegaan. Mijn man zat naast me, verstijfde. Hij staarde naar me alsof ik plots uit elkaar zou vallen. Ik kon niks zeggen. Alleen maar kijken. De arts ging verder: “We willen graag een echo doen, want gezien uw verhaal en het feit dat u niet weet wanneer uw laatste menstruatie was, willen we weten hoe ver u bent.”

Spontaan zwanger raken lukte toch niet?

Het volgende moment lag ik op een andere kamer, een echokarretje naast me. De verpleegkundige smeerde gel op mijn buik en ik voelde de paniek opkomen. Zwanger? Hoe dan? We gebruikten weliswaar geen anticonceptie meer, maar gezien mijn PCOS dachten we… ach, het gebeurt toch niet meer. De vorige zwangerschappen ben ik namelijk zwanger geraakt met gebruik van Clomid medicatie, zonder had ik geen eisprong.

Mijn man riep: “Maar dat is al over de helft?!”

Maar toen… daar verscheen een complete baby op het scherm. Niet een pinda of een kloppend vlekje. Nee, armpjes, beentjes, een ruggengraat, alles erop en eraan. Ik moest slikken. “Hoe ver ben ik?” vroeg ik met een stem die nauwelijks hoorbaar was. “Twintig weken en drie dagen,” zei ze rustig. “TWINTIG WEKEN?!” Ik gilde bijna. Mijn man sloeg zijn handen voor z’n gezicht. “Maar dat is al… over de helft?” De verloskundige knikte. “We gaan dit direct melden bij jullie eigen verloskundige en ik adviseer om z.s.m. een 20-wekenecho te plannen.” Aangezien ik de afgelopen tijd niks kon binnenhouden kreeg ik een infuus om aan te sterken.

We waren toch compleet en hadden dit hoofdstuk afgerond?

Aan het einde van de dag gingen we naar huis. In een soort waas. Mijn buik voelde ineens anders, alsof ik hem die dag pas écht voelde. We hadden niets in huis. Geen kleertjes, geen wieg, geen box. Alles was al weggedaan toen Sven zindelijk werd. Alles. Want we waren klaar. Afgerond. Compleet.

Twintig weken zwanger en ik wist het niet. Hoe is dat mogelijk?

We reden in stilte. Mijn man keek strak voor zich uit. Ik zat met mijn hand op m’n buik. Twintig weken en ik wist het niet. Hoe is dat mogelijk? Ik probeerde terug te denken. Was ik moe geweest? Ja. Maar ik heb drie jonge kinderen, natuurlijk ben ik moe. Misselijk? Nee. Niks. Helemaal niks.

Hoe moesten we dit nou uitleggen?

Thuis aangekomen zaten we aan tafel. De jongens speelden met hun auto’s. Het geluid van hun stemmetjes voelde ineens zo intens. Hoe moesten we dit uitleggen? Tegen Twan, die net in groep 3 zat en al van alles begon te begrijpen. Tegen Sven, die dacht dat hij de jongste was. En dan Tobias… of nou ja, Baby X. Dat kindje in mijn buik. Ik wist niet wat ik moest voelen.

Er komt gewoon weer een baby

Mijn man stond op. “Ik moet even naar boven.” En weg was hij. Ik bleef zitten. Dronk een glas water. Trilde. Keek naar mijn buik. Keek naar de chaos in de woonkamer. Keek naar de rondslingerende speelgoedauto’s, naar de plakkerige bekers op tafel, naar de vlekken op de bank. Een baby. Er komt gewoon weer een baby.

“Maar jullie zeiden dat we geen baby meer kregen”

Die nacht sliep ik niet. Mijn hoofd ging alle kanten op. Moet ik weer bevallen? Weer borstvoeding? Weer slapeloze nachten? Maar ook: we hebben het al twee keer gedaan. We kunnen dit. Toch? De volgende ochtend zaten we aan het ontbijt. Twan merkte het meteen. “Mama, waarom kijk je zo raar?” Ik slikte. “We moeten jullie wat vertellen.” Mijn man nam het over. “Er zit een baby in mama’s buik.” Twan fronste zijn wenkbrauwen. “Huh? Maar jullie zeiden dat we geen baby meer kregen.” Twan stelde deze vraag op een gegeven moment wekelijks, dus we hadden hem eerder duidelijk gemaakt dat dit niet meer ging gebeuren. Sven begon te lachen. “Baby in buik?”

“Waarom geen meisje?” vroeg hij verontwaardigd

In de weken daarna volgde een rollercoaster. De echo liet zien dat alles goed was. Een jongetje. Nummer drie. Tobias, noemden we hem later. Twan vond het stom. “Waarom geen meisje?” vroeg hij verontwaardigd. Sven maakte het allemaal niks uit, die was al druk bezig met zijn speelgoed te “verkopen” aan de baby. “Hij mag deze. Maar niet deze.”

Mijn hoofd liep wekenlang achter op mijn lijf

De reacties van familie en vrienden? Bizar. Lachend, verbaasd, geschokt, sommige mensen geloofden ons gewoon niet. “Wat? Twintig weken?! Hoe kan dat nou?!” Tja. PCOS. Geen symptomen. Druk leven. Geen tijd om stil te staan. En ineens: BAM. Zwanger. Al over de helft. Ik heb het moeten laten bezinken. Echt. Mijn hoofd liep wekenlang achter op mijn lijf. Of we er klaar voor zijn? Nee. Maar dat waren we bij de eerste ook niet. En toch… komt het goed.

SUUS

2 gedachten over “Suus: “De huisarts vroeg: ‘kunt u zwanger zijn?’, ‘Nee, die tijd hebben we gehad!’ Een uur later stond ons leven op compleet op zijn kop””

Plaats een reactie