Hilde: “Ik hoopte dat niemand ernaar zou vragen maar toch kwam weer die vraag: ‘Weer een gezellig borrelavondje?’, hoe lang kon ik mij hier nog achter verschuilen?”

| ,

Het begon altijd met een onschuldig wijntje

Een glas tijdens het koken, een glaasje op vrijdagavond, een slokje op een terras in de zon. Maar ergens, zonder dat ik het doorhad, was het niet meer zomaar een wijntje. Het was een gewoonte geworden. Een houvast. Een vast ritueel waar ik de hele dag naar uitkeek.

Vanaf twaalf uur begon het al te kriebelen

Zo erg eigenlijk. Terwijl ik dan lunch maakte voor mijn kinderen, Gerard en Marieke, wist ik: nog even en dan mag ik. Een glas bij de lunch zou overdreven zijn, maar de gedachte eraan was troostend. Een beloning. Iets om naar uit te kijken. Zodra de kinderen naar school waren en het huis stil werd, kwam de wijnfles tevoorschijn. Niet elke dag, dat vond ik overdreven. Maar op de dagen dat er niks dringends op de planning stond, waarom niet?

Bij het koken hoorde een glas

Dat vond ik. Koken zonder wijn voelde als werken zonder muziek. Het klonk saai, leeg. Een dampende pan pasta, een spetterende koekenpan โ€“ alles smaakte beter met een slok wijn. Een scheutje in de saus, een slokje voor mij. Terwijl ik de groente roerde, terwijl ik de tafel dekte. Dat glas maakte het werk lichter, gezelliger, fijner.

โ€™s Avonds, als de kinderen in bed lagen, kwam het volgende moment

De bank, een dekentje, een serie en natuurlijk een glas wijn. Het was ontspanning, een manier om de dag af te sluiten. Geen haast, geen verplichtingen. Gewoon een glas, soms twee. Soms drie.

Speciale gelegenheden waren veel makkelijk te rechtvaardigen

Een lunch met vriendinnen? Wijn. Een borrel met collegaโ€™s? Wijn. Een drukke dag met krijsende kinderen? Wijn. Een ontspannen zondagmiddag? Wijn. Zelfs op dagen zonder aanleiding wist ik een reden te bedenken. Had ik niet goed geslapen? Was het niet een lange dag geweest? Had ik niet al te lang geen momentje voor mezelf gehad?

Soms begon de wijn al eerder dan gepland

Een restje van de vorige avond dat nog op het aanrecht stond. Een lunch alleen thuis, en een glas โ€œom het eten gezelliger te maken.โ€ Het excuus van โ€œeven proeven of deze fles nog goed isโ€ voordat het avondeten รผberhaupt was begonnen. De momenten waarop ik mezelf betrapte met een halfvol glas in mijn hand, midden op de dag, en mezelf ervan overtuigde dat het heus niet zo erg was.

De laatste paar keer dat ik bij de supermarkt stond en de wijnflessen in mijn mandje legde, voelde ik voor het eerst een kleine schaamte

Niet omdat ik iets fout deed, maar omdat ik hoopte dat niemand me ernaar zou vragen. โ€˜Gezellig een borrelavondje?โ€™ zouden ze misschien zeggen. En ik zou dan lachend knikken, terwijl ik wist dat ik de flessen gewoon voor mezelf meenam.

Ik begon kleine trucjes te ontwikkelen

De wijnflessen in de glasbak gingen er in delen in, niet allemaal tegelijk. Ik kocht niet meer steeds dezelfde wijn bij dezelfde supermarkt, maar wisselde af. Soms bestelde ik ze online, zodat ik niet steeds aan de kassa stond met diezelfde flessen. In de koelkast had ik altijd een fles koud staan, verstopt achter de melk en het sap, voor als ik โ€˜spontaan zin hadโ€™.

Er waren dagen dat ik niets dronk

Die voelde ik. Dan leek alles zwaarder. De kinderen waren drukker, het huis rommeliger, het leven had minder licht. Die dagen kroop er een onrust onder mijn huid. Dan liep ik rond, keek ik naar de klok en telde de uren af tot het sociaal acceptabel was om een fles open te trekken. En als die dag voorbij was, beloofde ik mezelf dat ik de volgende dag weer een โ€œnuchtere dagโ€ zou hebben. Maar dat gebeurde zelden.

De ochtenden waren het lastigst

Niet omdat ik een kater had โ€“ dat gebeurde bijna nooit โ€“ maar omdat ik soms niet meer precies wist hoeveel ik de vorige avond had gedronken. Was het twee glazen? Drie? Of toch vier? Had ik de fles nou leeggemaakt, of stond er nog een restje in de koelkast? Ik keek in de spiegel en zag geen grote wallen, geen opgeblazen gezicht, maar tochโ€ฆ het zat daar. Dat vage schuldgevoel, dat stemmetje dat fluisterde dat ik mezelf voor de gek hield.

En toch deed ik het de volgende dag gewoon weer

Het gekke was: ik kende geen echte grenzen meer. Een wijntje bij het eten? Prima. Nog eentje na het eten? Waarom niet. En als ik dan toch op de bank zat met een serie, kon er best nog eentje bij. Er waren steeds minder regels. Als ik met de kinderen naar een speeltuin ging, stopte ik onderweg soms even bij de supermarkt om een klein flesje wijn te halen. Niet altijd, maar het idee alleen al gaf me rust. โ€˜Voor straks, als de kinderen slapen,โ€™ dacht ik dan. Maar soms opende ik het al eerder.

Ik begon mezelf uit te dagen

Hoeveel dagen kon ik zonder wijn? Eรฉn? Twee? Misschien een hele week? Maar telkens als ik eraan dacht, voelde het alsof ik iets afnam van mezelf. Alsof ik mezelf iets ontzegde waar ik recht op had.

Bij sociale gelegenheden werd het steeds ingewikkelder

Als er een borrel was en ik als enige geen wijn dronk, voelde ik me bekeken. Dus hield ik een glas in mijn hand, ook als ik eigenlijk geen trek had. En als ik wel begon, wist ik niet altijd meer te stoppen. โ€˜Nog eentje dan,โ€™ dacht ik steeds. En voor ik het wist, had ik er meer op dan ik van plan was.

Soms vroeg ik me af of anderen het doorhadden

De lege flessen, de steeds terugkerende voorraad in de koelkast, de kleine momenten waarop ik onrustig werd als er geen fles meer in huis was. Maar niemand zei iets. Of misschien wilden ze niets zeggen. En Ik hield mezelf voor dat ik alles onder controle had.

De keren dat ik โ€˜s ochtends opkeek en me bedacht dat ik misschien te veel had gedronken, wuifde ik weg

Het was geen probleem. Ik had geen kater, geen hoofdpijn. Dus wat maakte het uit? Maar ergens, diep vanbinnen, wist ik het. Dit was niet normaal. Dit was niet meer gewoon een glaasje op zโ€™n tijd. Dit was iets waar ik afhankelijk van was geworden.

Soms vroeg ik me af hoe het zou zijn zonder

Zonder het uitkijken naar dat eerste glas, zonder de fles die lonkte als de kinderen eindelijk sliepen. Maar het idee alleen al voelde leeg, als een saai en troosteloos bestaan. Dus schonk ik nog maar een keer in.

HILDE

2 gedachten over “Hilde: “Ik hoopte dat niemand ernaar zou vragen maar toch kwam weer die vraag: ‘Weer een gezellig borrelavondje?’, hoe lang kon ik mij hier nog achter verschuilen?””

  1. Dat klinkt alsof je toch behoorlijk verslaafd bent en hulo nodig hebt om er vanaf te komen. Kijk ik drink ook graag een wijntje. Meestal drink ik รฉรฉn glaasje per avond. Wanneer mijn zoon op bed ligt. Gewoon voor de ontspanning, dat momentje voor mezelf inderdaad. Maar ik hou het wel bij รฉรฉn! meer heb ik ook echt niet nodig per dag en kan ik niet eens op. En soms sla ik ook wel eens gerust een avond of twee achter elkaar over…. zonder dat ik daar last van heb. Maar wat jij beschrijft klinkt niet goed. Ik vraag me af: waar loop jij voor weg?? ik denk dat je beter hulp kunt zoeken voordat je kinderen hier de dupe van worden! succes!

    Beantwoorden

Plaats een reactie