Famke: “Al mijn vriendinnen lachen me uit, ‘je huis is geen museum’, maar dat hysterische plastic speelgoed komt er gewoon niet in, punt uit”

| ,

Als ik zeg dat ik van interieur houd, dan bedoel ik ook écht van interieur. Niet zomaar een leuk plantje op de vensterbank en een kleedje op de bank. Nee, ik kan uren schuiven met meubels, moodboards maken op Pinterest, kleuren combineren en accessoires uitzoeken tot het klopt. Ik haal zoveel rust uit een opgeruimd en mooi huis. Mijn huis is mijn plek, mijn trots.

“Bereid je maar voor op hysterische kleuren en plastic troep”

En ja, dat zag er vóór Sinne uit als een showroom. Ik geef het toe. Alles in balans. Ton sur ton. Rust. Harmonie. Warm hout, beige, linnen gordijnen, een prachtig vloerkleed uit Marokko, keramieken vaasjes met droogbloemen — you name it. Toen ik zwanger werd, kreeg ik direct de eerste opmerkingen naar mijn hoofd. “Geniet er nog maar van, straks is je huis één grote kermis.” “Dan kun je dat mooie kleed wel op Marktplaats zetten.” “Bereid je maar voor op hysterische kleuren en plastic troep.”

Het komt er gewoon niet in

Serieus, ik was pas tien weken zwanger en iedereen had ineens een mening over míjn interieur. Alsof ik een bord met spaghetti tegen de muur moest gooien en dat dan ‘gezinsleven’ moest noemen. Maar ik ben er heel stellig in geweest vanaf dag één: dat hysterische speelgoed komt er gewoon niet in. Punt.

Geen plastic discotheek in mijn woonkamer

“Je zult wel van een koude kermis thuiskomen,” zei mijn schoonzus, moeder van drie. “Wacht maar tot ze gaat lopen, dan kun je het allemaal niet meer tegenhouden.” Nou, guess what? Sinne is nu één jaar geweest, ze loopt al twee maanden, en nee: mijn woonkamer is nog steeds geen plastic discotheek. Ik heb het gewoon anders aangepakt. En nee, dat maakt me niet minder moeder of minder lief voor m’n kind. Het maakt me alleen een moeder die haar rust bewaakt. En die daar ook eerlijk over is.

Open einde speelgoed: dingen waar Sinne zelf iets mee kan verzinnen

Kijk, ik snap het wel. We leven in een wereld waarin je kind ‘moet leren’, ‘gestimuleerd moet worden’ en ‘ontwikkeld moet worden’. Liefst met felle kleurtjes, lampjes, geluidjes en Engelse zinnen waar je als moeder na drie minuten al koppijn van krijgt. “Let’s gooo!” “Can you find the yellow star?” “Yaaaaay!” Nee dank je. Mijn voorkeur gaat uit naar open einde speelgoed. Dingen waar Sinne zélf iets mee kan verzinnen. Blokken, houten bakjes, een stapeldoosje, wat doeken, een mandje met houten lepels en een oude pollepel. Ze verzint hele scènes. Vandaag was haar pollepel nog een telefoon. Gisteren maakte ze van een leeg kartonnen doosje een bedje voor haar knuffel. En ja, ik geef toe: het ziet er ook gewoon mooier uit. Geen schreeuwende kleuren, geen batterijen die op random momenten beginnen te zingen. Gewoon rust. In m’n huis, in m’n hoofd.

“Je doet alsof je kind in een museum moet leven”

Dat zei m’n buurvrouw laatst. Ze bedoelde het niet eens lullig, denk ik. Maar het raakt wel. Alsof ik een kind van één beperk in haar vrijheid omdat ik geen knalroze plastic keukentje in m’n woonkamer wil. Maar weet je wat ik dan denk? Wat is er mis met mooi én functioneel? Waarom moet ‘kindvriendelijk’ automatisch betekenen: hysterisch, schreeuwerig en plastic? Ik wil ook niet op een bank zitten waar de vulling uitpuilt omdat “ja, dat is makkelijker als je kinderen hebt.” Nee. Ik wil dat Sinne leert: spullen mogen mooi zijn. En daar mag je met respect mee omgaan. Tot nu toe gaat dat prima.

Dit is niet ‘the easy way out’, ik stop hier veel tijd in

Laat ik eerlijk zijn: het was niet dat ik het perfecte speelgoed zomaar vond. De meeste winkels zijn volgegooid met plastic spul. Dus ik ben gaan zoeken. Tweedehands, webshops die zich richten op natuurlijk speelgoed, Instagramshops van moeders die hetzelfde denken. Ik heb echt de moeite gedaan. En dat mag ook best eens gezegd worden. Want dit is niet lui of makkelijk. Dit is bewust.

“Maar Sinne moet toch kind kunnen zijn?”

Deze opmerking krijg ik het vaakst. Alsof ik haar iets ontneem door haar geen zingende olifant te geven. Alsof een kind pas écht kind is als het omringd wordt door chaos. Maar Sinne ís kind. Ze speelt. Ze lacht. Ze kruipt in een kartonnen doos en roept “bootje!” Ze maakt van een lege keukenrol een verrekijker. Ze is vrolijk, creatief, vrij. En dat allemaal zonder hysterische rommel. Dus vertel me nog eens wat ik haar ontneem?

Ze komt echt niks tekort, juist meer ruimte voor haar fantasie

Sterker nog, ik geloof dat ze méér heeft. Meer ruimte voor haar fantasie. Meer rust om zich te concentreren. Meer kwaliteit in plaats van kwantiteit. We hebben geen speelgoedkast die uitpuilt. Wat ze heeft, ligt in mooie mandjes of op lage plankjes. Ze weet het te vinden, ze weet wat ze ermee kan. En als ze erop is uitgekeken? Dan ruilen we om. Ook dat: bewust. Ik koop bijna niks nieuws. Veel dingen komen van Marktplaats of zijn tweedehands gekregen. Duurzaam. Mooi. Zinnig.

“Wacht maar tot ze ouder wordt…”

Ja, die hoor ik ook vaak. “Wacht maar tot ze naar school gaat en Elsa wil. Of een roze glitterstep. Of Paw Patrol.” Misschien wil ze dat, ja. En misschien geef ik dan ook toe. Want het gaat mij er niet om dat alles per se mooi moet blijven voor mij. Het gaat me erom dat ik haar nu een basis geef. En dat die basis draait om rust, eenvoud en creativiteit. En wie weet wil ze straks inderdaad een Elsa-jurk. Prima. Maar misschien kiest ze dan zélf voor eentje van zachte stof, in een mooie blauwe kleur, zonder dat ik haar dat opdring. Omdat ze het gevoel herkent van iets moois, iets fijns, iets wat past.

Kinderen hebben geen eindeloze berg speelgoed nodig

Veel mensen verwarren ‘mooi’ met ‘duur’ of ‘onpraktisch’. Maar mooi kan juist heel praktisch zijn. En kinderen hebben echt niet die eindeloze berg speelgoed nodig. Sterker nog: Sinne speelt het liefst met dingen die geen speelgoed zijn. Een houten lepel. Een oud deksel. Een sjaaltje. Een lege doos. Ik denk dat we onderschatten hoe creatief kinderen zijn als we ze even met rust laten. Als we niet alles al voor ze invullen. En ja, het scheelt ook voor mij. Want als zij in de woonkamer speelt, dan zit ik er ook. En ik wil daar geen circus. Ik wil daar gewoon… ons. Samen. In rust. Zonder flitsende geluidjes en lichtjes die haar (en mijn) brein overprikkelen.

Laat ze maar lachen

Als ik zeg: dat hysterische speelgoed komt er niet in, dan meen ik dat. Niet omdat ik een strenge moeder ben. Maar omdat ik geloof dat Sinne er beter van wordt. En ik óók. En dat mag. En als mensen me uitlachen, prima. Laat ze maar. Ik lach niet terug, ik glimlach gewoon. Omdat ik weet: dit is mijn manier. Mijn huis. Mijn kind. Mijn keuzes.

En guess what? Mijn showroom staat nog steeds. Mét een peuter erin. En dat gaat perfect samen.

FAMKE

7 gedachten over “Famke: “Al mijn vriendinnen lachen me uit, ‘je huis is geen museum’, maar dat hysterische plastic speelgoed komt er gewoon niet in, punt uit””

  1. Als ik dit lees, denk ik meteen aan een sad beige mum. Er is op zich niets mis met Montessori speelgoed, maar kinderen hebben kleuren nodig in de ontwikkeling. Het hoeft inderdaad niet allemaal met geluid en lampjes, maar die kleuren zijn wel heel belangrijk, ook al vind je dat niet mooi.
    Je kan ook een mooie kast neerzetten met (rieten) bakken voor het ‘lelijke’ speelgoed. Dan blijft je kamer toch rustig en mooi.

    Beantwoorden
  2. Ik vind montessori speelgoed van hout ook veel mooier, uitdagender en waardevoller dan de plastic zooi uit de speelgoedwinkel. Houten puzzels, boekjes, soorteerdozen zijn prima speelgoed waar een kind zich mee kan ontwikkelen. Wij hadden vroeger een rieten poppenwagentje en een houten hobbelpaard, de derde generatie kan er ook zo weer mee spelen, mankeert niets aan. Kom daar maar eens om bij de chinese rommel die je nu koopt. Afgezien van bovenstaande is het ook duurzamer gefabriceerd en minder belastend voor het milieu

    Beantwoorden
  3. Vroeger als klein kind had ik een paar poppen, een blokkendoos en later kwam daar nog een treintje bij. En als ik even uitgekeken was op de poppen, speelde ik met de autootjes van mijn broer ( en hij met mijn poppen). Zo wisselden we regelmatig om van speelgoed en we vermaakten ons altijd prima!
    En nee, al die hysterische plastic troep is inderdaad niet nodig voor kinderen. Ze kunnen hun fantasie beter ontwikkelen ” met minder”.

    Beantwoorden
  4. Mooi dat je dat zo doet! maar wat doe je als andere mensen jouw kind wel hysterische plastic rotzooi met batterijen e.d. geeft? of weet iedereen in jouw omgeving inmiddels dat ze daar bij jouw absoluut niet moeten aankomen em doen ze dat dan ook niet? Ik vraag me wel af: weet een kind van 1 jaar serieus al wat een telefoon is en wat je daar mee doet? en kan ze dat ook al naspelen met iets en dan doen alsof het een telefoon is?

    Beantwoorden
    • Ja, dat weet een kind. Wanneer ze een telefoon zien, pakken ze deze op, houden het tegen hun oor en zeggen: allo! Heel raar, gezien ze mama en papa vooral zien appen en videobellen… De afstandsbediening werkt trouwens ook als telefoon voor het spel.

      Toen onze kleine net een jaar was, nog niet kon lopen, was een van zijn eerste woordjes ‘abbediening’. Waarbij hij de afstandsbediening pakte en naar tv richtte. Alleen de ‘echte’ werkende afstandsbediening is ook goed genoeg voor ze.

      Beantwoorden
  5. Hear, hear! Mijn huis is geen showroom, maar ik houd wél van een rustige benedenverdieping. Dus geen husterisch speelgoed in de woonkamer (en keuken, hal, toilet), maar lekker op de slaapkamer. En helemaal eens dat ze geen overvloed nodig hebben. Kinderen die zoveel hebben dat ze het overzicht volledig kwijt zijn en van gekkigheid niet eens weten wat ze moeten kiezen.

    Beantwoorden

Plaats een reactie