Lauren: “Ik was er zo klaar mee en zei tegen mijn moeder: ‘kun je mij dit nou nooit eens gunnen?’ Dit moest stoppen”

| ,

“Het eerste jaar is het meest bijzonder,” zeiden mensen tegen me toen ik net was bevallen van Youp. En gelijk hadden ze. Je staat op, je leeft, je ademt alles voor het allereerste kleine mensje in je leven. Alles is nieuw, alles is magisch. De eerste keer dat hij je aankijkt en écht lacht. De eerste keer dat hij zich omrolt. Dat je zijn voetjes ruikt na een badje en denkt: hoe ruikt dit nou zó lekker? En tegelijkertijd vliegt het voorbij.

Daar stond mijn moeder, met het eerste hapje

Ik keek overal naar uit. Zelfs naar het geven van zijn eerste hapje. Zo’n moment waarvan je weet: dat vergeet ik nooit meer. Een kliederboel. Een gezichtje vol verbazing. De eerste reactie. Een foto. Een video. Een herinnering voor het leven. Maar die kreeg ik niet. Ik kwam thuis van een rondje wandelen – ik was er even uit gegaan, een halfuurtje maar – en mijn moeder stond in de keuken met een leeg potje wortel in haar hand en een grote glimlach op haar gezicht. “Hij vond het héérlijk!” Ik wist niet wat ik moest zeggen.. Heb je wel gefilmd, mam?” vroeg ik nog, een beetje ongemakkelijk. “Nee joh, ik had m’n handen vol. Maar wat een bikkeltje, meteen happen hoor!” Ik lachte. Een beetje geforceerd. Mijn maag draaide zich om. “Jammer dat ik het gemist heb.”

Ze deed net alsof het haar baby was

Het bleef niet bij die ene keer. Mijn moeder paste één dag in de week op Youp, en dat leek me heerlijk. Even ademen. Even naar de winkel zonder kinderwagen. Even geen poepluiers of flesjes. Maar ze nam haar oppasdag iets te serieus. Alsof het háár baby was. Youp trok zich voor het eerst op aan de tafel? Mijn moeder appte me met drie filmpjes en een trotse selfie. Zijn eerste keer schommelen? Wéér bij haar. De eerste stapjes? Die moest en zou hij bij haar zetten. Ik had net een Zoommeeting met m’n werk afgerond, op de achtergrond hoorde ik haar gillen van enthousiasme in een voicebericht. En ik? Ik zat daar. Op m’n thuiskantoor. Alleen. Met een brok in m’n keel.

Ik wilde het zelf meemaken en niet toekijken vanaf de zijlijn

“Laat het los, hij is gelukkig,” fluisterde ik dan tegen mezelf. Maar elke keer brak het een stukje van m’n moederhart af. Niet omdat ik het haar niet gunde… maar omdat ik het zélf wilde meemaken. Mijn momenten. Mijn herinneringen. Ik had negen maanden met hem gelopen, nachtenlang gespugd, gekraamd met een hechting die leek te ontploffen, borstvoeding gegeven met kapotte tepels. En nu mocht ik toekijken vanaf de zijlijn?

Ik wil dat echt zelf met hem doen

Een paar weken geleden zag ik iets leuks tijdens het winkelen. Een felgekleurde watertafel. Spetteren, gooien, kopjes vullen – precies iets voor Youp. Ik rekende ’m af en zei die avond nog tegen m’n vriend: “Ik wacht nog even met in elkaar zetten, maar ik wil dat echt zélf met hem doen. Ik ben zo benieuwd naar z’n koppie als hij water ziet spetteren.”

‘Meen je dit serieus?’, dacht ik

Die woensdag paste mijn moeder weer op. Ik vertelde haar over mijn aankoop en dat ik ernaar uitkeek om dit met hem te doen. Ik gaf haar Youp, zijn tasje met extra luiers, fruit en schone kleertjes. “Tot vanmiddag,” zei ik nog, terwijl ik hem een dikke kus op z’n bolletje gaf. Om 11.03 uur kreeg ik een appje. Een foto. Youp. Lachend. Kletsnat. In een luier. Aan een watertafel. In haar tuin. ‘Meen je dit serieus?’, dacht ik. Ik voelde de tranen opkomen. Ik ben naar de wc gelopen op m’n werk en heb daar gehuild.

“Mam, mogen we even praten?”

Toen ik Youp ging ophalen, zat hij heerlijk te dutten in zijn campingbedje bij haar in de woonkamer. Mijn moeder was opgewekt zoals altijd. “We hebben zo genoten vandaag. Echt een topdag.” Ik zei niets. Niet direct. Ik wilde het niet doen waar hij bij was. Maar in de auto, toen hij veilig in zijn stoeltje zat, besloot ik het tóch te zeggen. “Mam, mogen we even praten?” Ze knikte, wat verbaasd. “Ik vind het echt niet leuk dat je die watertafel al hebt gebruikt met Youp.”

“Maar ik had je letterlijk verteld dat ik dat moment met je wilde delen”

Haar gezicht veranderde. “O, maar hij vond het zó leuk! Het was zulk mooi weer, en hij stond naar buiten te kijken, dus ik dacht…” Ik onderbrak haar. Mijn stem trilde. “Maar ik had je letterlijk nog verteld dat ik dat moment graag met hem wilde delen. Dat ik benieuwd was naar z’n reactie. Dat ík dat wilde meemaken. Waarom maai je dan het gras voor mijn voeten weg?

“Je pakt steeds zóveel momenten, ik sta op de zijlijn van zijn eerste keren”

Ze keek naar me alsof ik haar had geslagen. “Ik dacht daar gewoon niet bij na. Je weet toch dat ik dol ben op hem? Het was goed bedoeld…” “Maar mam,” zei ik, “je pakt steeds zóveel momenten. Ik sta op de zijlijn van zijn eerste keren. En ik ben zijn moeder.” Ze bleef stil. Ik zag dat het binnenkwam. “Kun je mij dit nou nooit eens gunnen?” vroeg ik zacht. “Gewoon eens even níet de eerste zijn?”

Alsof ik mijn plek als moeder weer innam

Die avond bleef het stil. Geen appjes. Geen foto’s. Geen filmpje van Youp met een waterpistool of een rietje in z’n neus. Het voelde… gek. Maar ook goed. Alsof ik mezelf terug op de voorgrond zette. Alsof ik mijn plek als moeder weer innam.

Soms zijn er grenzen nodig

Ik weet dat ze het niet kwaad bedoelt. Echt niet. Ze is gek op Youp. Gek op mij. Maar soms zijn grenzen nodig. Omdat je als moeder zó graag zelf die herinneringen wilt maken. Je leeft er naartoe. En als die dan worden afgepakt, is dat alsof iemand je kindje even van je afpakt. De week erna vroeg ze voorzichtig: “Wat wil je dat ik wél doe met hem, en wat liever niet?” En ik dacht: dát is het. Dat is precies wat ik nodig had. Begrip. En een beetje ruimte. Voor míjn eerste keren.

LAUREN

Plaats een reactie