Ik was eindelijk zwanger. Bijzonder dat twee streepjes op de test zoveel betekenis kunnen hebben. Mijn vriend Tom en ik hadden er allebei zo naar uitgekeken. Maar ik had echt geen idee wat me te wachten stond.
“Dit voelt niet goed”
De eerste week ging nog prima. Natuurlijk was ik af en toe een beetje misselijk, maar dat was niks vergeleken met wat ik had verwacht. Ik dacht: ‘dit is normaal, hoort erbij’. En misschien was dat wel het moment dat ik de eerste fout maakte. Ik had moeten luisteren naar die onmiskenbare stem die zei: “Dit voelt niet goed.”
Het was er constant, elk moment van de dag
Toen sloeg het ineens om. In plaats van een beetje misselijk te zijn, kwam alles er continu uit. Ik had geen tijd meer om na te denken, mijn lichaam was gewoon in de overlevingsstand gegaan. Het was niet zomaar ochtendmisselijkheid, het was er constant. Elk moment van de dag. Van de ene naar de andere minuut was alles anders. Soms lag ik op de bank, met een emmer naast me, me afvragend hoe ik ooit nog normaal zou kunnen leven.
“Dit kan niet normaal zijn,” zei ik tegen de huisarts
Op een gegeven moment was het zo erg dat ik niet eens meer kon eten. Alles wat ik naar binnen probeerde te krijgen, kwam er direct weer uit. Tom begon zich zorgen te maken. Ik deed alsof ik het nog wel volhield, maar het werd echt niet beter. Dus op een dag, na drie dagen achter elkaar dat ik bijna niets had binnengehouden, ging ik naar de huisarts. “Dit kan niet normaal zijn,” zei ik tegen haar. En ze keek me aan, met een blik die ik niet meteen begreep. Ze schreef me wat medicijnen voor. “Dit zou moeten helpen,” zei ze.
Mijn lichaam stond op instorten
Maar toen ik die pillen ging slikken, gebeurde er helemaal niks. Het bleef hetzelfde. Elke keer als ik iets at, kwam het er weer uit. Niets hielp. Ik voelde me totaal machteloos. Het werd alleen maar erger. Ik zat vaak op de wc, mezelf afvragend waarom dit mij moest overkomen. Ik zag andere zwangere vrouwen, die zo gelukkig hun buik mochten showen en rondliepen, en ik wilde gewoon verdwijnen. Gewoon even geen baby meer in me, geen constante misselijkheid. Alles leek alleen maar erger te worden. Mijn energie was op, mijn humeur was weg, en mijn lichaam was op het punt van ineenstorten.
Ik was letterlijk bang dat de zwangerschap me zou slopen
Na een tijdje, toen ik werkelijk niet meer in staat was om rechtop te zitten, besloot ik toch maar weer naar de dokter te gaan. “Ik voel me zo zwak,” zei ik. “Ik kan bijna niet meer staan.” Ik was zo bang dat ik me nooit meer goed zou voelen, dat ik nooit meer de moeder zou kunnen zijn die Felix nodig had. Ik was letterlijk bang dat mijn zwangerschap me zou slopen.
Het was dus niet zomaar misselijkheid, het had een naam
Uiteindelijk werd ik opgenomen in het ziekenhuis. En pas toen besefte ik dat het niet zomaar misselijkheid was. De diagnose was HG, Hyperemesis Gravidarum. Dat klinkt misschien als een fancy medische term, maar het voelde alsof ik een hele nieuwe wereld binnenstapte, een wereld die ik nooit had willen betreden. Ik had het. En ik had geen idee hoe ik ermee moest omgaan. De artsen vertelden me dat het vaak voorkomt, maar ik voelde me als een uitzondering. Dit kon niet normaal zijn. Niet voor mij. Niet voor Felix. Niet voor Tom.
Ik zat gevangen in mijn eigen lichaam
Ik werd elke keer weer opgenomen. Ze gaven me infusen, omdat ik simpelweg niet genoeg vocht binnenkreeg. Mijn lichaam was volledig uitgeput. Soms vroeg ik me af hoe het zou zijn om gewoon op te geven, even geen zorgen meer, even geen zwangerschap meer. Ik zei dit ook letterlijk tegen de arts. Hij keek me aan en zag dat ik het meende, maar deed er gelukkig niks mee. Als ik naar mijn buik keek, naar Felix die ik zo graag wilde vasthouden, dan voelde ik weer de vechtlust in me opkomen. Ik moest dit doen. Ik moest doorgaan. Maar het was zo moeilijk. Soms had ik het gevoel dat de hele wereld aan me voorbijging terwijl ik op bed lag. Terwijl alles om me heen verder ging, was ik gevangen in mijn eigen lichaam.
Kon ik maar gewoon even een boterham eten en binnenhouden
Na een paar weken van ziekenhuisbezoeken en infusen, begon ik te begrijpen wat HG werkelijk inhoudt. Het is niet zomaar misselijkheid. Het is niet ‘even doorzetten’. Het is allesoverheersend, slopend, en voelt als een gevecht waar je niet altijd van wint. Elke dag was een strijd, elke dag was vol wanhoop. Ik verlangde zo naar die simpele momenten: een boterham eten, een beetje water drinken zonder dat het direct terugkwam. Maar die momenten leken zo ver weg. Alles was moeilijker dan het zou moeten zijn.
Het is eindelijk voorbij
En toen gebeurde het, het moment waar ik naar had verlangd: Felix kwam ter wereld. Gelukkig vond hij het met 37 weken mooi geweest. En je zou denken dat ik opgelucht was. Dat ik meteen in mijn armen voelde hoe alles goed zou komen. Maar het was zo intens, zo overweldigend, dat ik even nodig had om het allemaal te verwerken. De misselijkheid was weg. Ik voelde me lichter dan ik ooit had gevoeld, maar het duurde even voordat ik echt besefte dat het voorbij was.
Ik was zo moe van de constante strijd
Felix was eindelijk daar, in mijn armen. En ik hield van hem. Zo veel. Maar ik voelde me ook nog uitgeput. Nog steeds vermoeid van alles wat ik had doorgemaakt. De eerste weken na zijn geboorte waren anders dan ik had verwacht. Ik was zo blij dat hij er was, maar ook zo moe van alles. Van de slapeloze nachten, van de ziekenhuisopnames, van de constante strijd.
Eindelijk weer kunnen genieten
Gelukkig ging het daarna langzaam beter. Het was niet meteen perfect. De eerste weken waren zwaar. Maar langzaam ging ik weer eten, begon ik weer kracht op te bouwen. En naarmate Felix groter werd, voelde ik me weer meer mezelf. Dat was de grootste overwinning: overleven, doorgaan, en uiteindelijk weer kunnen genieten van het moederschap.
Ik ben trots dat ik heb volgehouden
Felix is nu een vrolijk, nieuwsgierig jongetje van één. En hoewel het niet altijd gemakkelijk is, ben ik zo dankbaar dat ik hem heb. Zelfs als ik terugkijk op die helse zwangerschap, ben ik er trots op dat ik het heb volgehouden. Omdat ik hem zo veel houd, zo intens veel. Omdat hij het waard was. Of ik het nog een keer zou doen? Dat weet ik niet..
LAUREN